Groenere vergoedingen?
Is het mogelijk om de reiskostenvergoeding zo te geven dat er een “groene” impuls van uit gaat? Ja, dat kan. Een aantal suggesties:
*Het aanschaffen van een “groene auto” kan worden gestimuleerd door berijders daarvan een volledige reiskostenvergoeding voor het woon-werkverkeer te geven. Ook als voor andere automobilisten lagere vergoeding geldt.
*Het aanschaffen van een “groene auto” kan ook worden gestimuleerd door een goedkope lening daartoe mogelijk te maken.
*Het aanschaffen van een “groene auto” kan tenslotte worden gestimuleerd door de berijders daarvan een hogere vergoeding te geven dan andere automobilisten.
*Het gebruik van het openbaar vervoer kan worden gestimuleerd door het reizen per OV volledig te vergoeden.
*Het fietsen en lopen naar het werk kan worden gestimuleerd door ook fietsers en voetgangers € 0,19 per kilometer te geven.
*Bij de lease-regeling kan worden afgesproken dat uitsluitend “groene auto’s” worden geleased.
*Bij de lease-regeling kan worden afgesproken dat lease-rijders ook gebruik mogen maken van het openbaar vervoer.
*De werkgever kan een aantal NS Business-Cards bestellen. Daarop kunnen werknemers, naast reizen met de trein, korting krijgen op parkeren, (trein)taxi, de hotspots en de OV-fiets. In een aantal gevallen een prima alternatief voor de lease-auto.
*Het privé-gebruik van de lease-auto kan worden beperkt. Bijvoorbeeld door de regel in te trekken dat bij privé-reizen in het buitenland de brandstof volledig wordt vergoed.
Normen en labels
Bij de vraag of een auto “groen” (of milieuvriendelijk) is, wordt met name gelet op brandstofverbruik en de uitstoot van CO2. Sinds kort worden alle nieuwe auto’s van een “energielabel” voorzien. Het energielabel loopt van A t/m G, waarbij het A-label staat voor het meest zuinig en het G-label voor minst zuinig. Gebruikelijk is om de auto’s met label A en B als “milieuvriendelijk” of “groen” te bestempelen.
Groen, groener, groenst
De “groene” maatregelen kunnen in een volgorde van effect worden gezet: • De meest groene manier van reizen is niet reizen: dat pleit voor het toestaan van (geheel of gedeeltelijk) thuiswerken.
*De een na groenste manier van reizen is reizen per fiets of te voet.
*De groenste manier van gemotoriseerd reizen, is het reizen per openbaar vervoer. Dat pleit voor het serieus bekijken van alternatieven voor de auto voor zowel het woon-werk verkeer als het overige zakelijke verkeer.
*Waar reizen niet (volledig) met het openbaar vervoer kan, zijn combinaties van OV met taxi, fiets of eigen auto een optie.
*Wanneer reizen per auto onafwendbaar is, is een keuze voor een “groene” auto de beste mogelijkheid.
Spanning tussen belangen?
Maatschappelijk verantwoord ondernemen, waaronder het stimuleren van groen reizen, is in het belang van iedereen. Ook van werknemers. Maar het bevoordelen van “groen” reizen boven andere vormen van reizen, kan werknemers in de portemonnee raken. Dat kan spanning opleveren. Het is daarom verstandig om zoveel mogelijk te zoeken naar maatregelen die deze spanning verlichten. Een mogelijke maatregel is hierboven benoemd: als de groene auto bevoordeeld wordt boven de andere auto, help dan de werknemer om een groene auto aan te schaffen. Bijvoorbeeld door de mogelijkheid van een goedkope lening.
Groen reizen in de praktijk
In een ondernemingscao van een retailbedrijf zijn de volgende bepalingen opgenomen:
*Reizen per openbaar vervoer wordt volledig vergoed. Medewerkers die met auto of fiets reizen naar het dichtstbijzijnde station krijgen parkeergelden, tevens € 0,19 per kilometer vergoed. Medewerkers kunnen voor de afstand tussen het station dat het dichtst bij de werkplek ligt en de werkplek op kosten van de zaak gebruik maken van een OV-fiets.
*Reizen per eigen auto wordt ontmoedigd door niet de gereden kilometers te vergoeden, maar een tabel te hanteren.
*Medewerkers die reizen met een “groene auto” (A of B label), krijgen wel de volledige afstand vergoed.
*Uitsluitend auto’s met A-label worden geleased.
*Medewerkers die recht hebben op een lease-auto mogen, waar dat uitkomt, ook gebruik maken van het openbaar vervoer.
*Medewerkers die een nieuwe “groene” auto kopen, kunnen via de werkgever daarvoor een goedkope lening afsluiten.
De ervaring leerde dat de medewerkers enige tijd nodig hadden om hun gewoontes aan de veranderde regels aan te passen. De werkgever heeft groen reizen verder gestimuleerd door, op aandringen van OR en vakbonden, de groene regels geregeld onder de aandacht te brengen. Onder meer door een folder in alle postvakjes te stoppen en er aandacht aan te besteden in het bedrijfsblad. Een belangrijke stap was ook het besluit om met de lokale busvervoerder te gaan praten over de mogelijkheid een halte dichtbij de winkel te plaatsen. De werkgever was daar eerst niet voor te porren, maar het argument dat hij dan ook beter bereikbaar was voor klanten trok hem over de streep.




