Schaduwkanten

Voordelen genoeg dus, maar zijn er ook schaduwzijden van thuiswerken te benoemen? Zeker, en deze hangen samen met de genoemde voordelen. De mogelijkheid voor de thuiswerker om de werkdag flexibel in te delen, brengt risico’s met zich mee. Aan de ene kant het risico dat de werknemer het gevoel heeft nooit vrij te zijn. Werk en privé kunnen sterk door elkaar gaan lopen en tegenover het kopje cappuccino op het terras staat dat de werknemer tot tien uur ’s avonds doorwerkt. De mails komen 24 uur per dag, zeven dagen per week en 52 weken per jaar binnen en de afzender verwacht steeds sneller antwoord. Ook zijn er risico’s in de arbo-sfeer, omdat de werknemer te lang blijft doorwerken, niet op tijd pauzes neemt of het werk afwisselt etc. De werknemer kan zijn zwakke kanten verbloemen door veel en hard te werken, en dat geeft onvermijdelijk hogere werkstress. Thuiswerkers benoemen ook dat zij het gevoel krijgen een zwakker contact met leidinggevende te hebben. Meer in het algemeen: een activerend en levensfasebewust personeelsbeleid komt lastiger  tot stand als leidinggevende en medewerker geen geregeld contact hebben en de manier van werken zich aan de waarneming van de leidinggevende onttrekt. Het ontbreken van geregeld contact met collega’s betekent, naast dat je de laatste roddels niet meer kent, ook dat het lastiger is om te leren van hun aanpak en oplossingen. Je moet meer alles zelf uitvinden.

Welke functies?
Opmerkelijk is dat traditioneel thuiswerken met name voorkomt in twee groepen werknemers. De eerste groep is de hoog opgeleide en zelfstandig werkende professional. De financieel adviseur bij een bank of verzekeraar, de opleider bij een opleidingsinstituut, de vakbondsbestuurder, de organisatieadviseur bij een organisatie-adviesbureau. Met deze werknemers is een zekere resultaatverplichting afgesproken: zoveel cliënten, zoveel trainingen of een omzet van een bepaald aantal euro’s. Waar de medewerker zijn werk verricht, is dan niet meer heel interessant. De tweede groep bestaat uit medewerkers die eenvoudig industrieel werk of dienstverlenend werk verrichten. Het vouwen en nieten, inpakken, eenvoudig montagewerk, enveloppen vullen, maar ook tele-marketing. Met hen kan de werkgever eenvoudig een prijs per eenheid afspreken. Vijf euro voor een korter gemaakte broek, een bedrag per binnengehaalde klant. Voor de grote tussencategorie lijkt thuiswerken minder makkelijk van de grond te komen.