Fietsen naar het werk

Voor veel werknemers is het een mooie secundaire arbeidsvoorwaarde: de fiets van de zaak. Betaald door een aantal vakantiedagen of ATV-dagen in te leveren, of betaald uit het brutoloon. In een aantal gevallen zelfs volledig betaald door de werkgever. Het enige dat de fiscus terugvraagt, is dat de werknemer geregeld naar het werk of het treinstation fietst. En dat is ook nog eens goed voor de eigen gezondheid.

 

De fiets van de zaak
Wat wij in de wandeling “de fietsregeling” of “de fiscale fiets” noemen, is in feite een belastingmaatregel. Bij het belonen van werknemers is de hoofdregel dat beloning van arbeid wordt belast. We kunnen dat allemaal op ons loonstrookje terugzien (de loonbelasting vormt samen met de werknemerspremies de op het loonstrookje vermelde loonheffing). De fiscale hoofdregel gaat ook op als de werkgever niet in geld, maar op andere wijze (“in natura”) betaalt. Bijvoorbeeld als de werkgever aan zijn werknemers een scooter geeft. Dan moet over de waarde van de scooter inkomstenbelasting worden betaald. Waarom de fiscus ook loon in natura belast ligt voor de hand: hij wil voorkomen dat werkgevers de belasting ontduiken door alternatieve beloningsvormen te gebruiken.

Op de fiscale hoofdregel bestaan een paar uitzonderingen. Eén daarvan is de fietsregeling. De minister van financiën zegt daarmee eigenlijk dat hij het fietsen van werknemers zo belangrijk vindt, dat hij de fiscale hoofdregel daartoe buiten gebruik stelt.