Doelstellingen Kenniscentrum Werk & Vervoer
Om de leefbaarheid en bereikbaarheid van Nederland structureel te verbeteren werd in december 2007 de zogenaamde Taskforce Mobiliteitsmanagement in het leven geroepen. Deze ploeg bestond uit vertegenwoordigers van de sociale partners, de decentrale overheden, het bedrijfsleven en de (rijks)overheid.
De doelstelling: met concrete en niet-vrijblijvende voorstellen komen om die verbetering te bereiken. Hiervoor is een pakket aan voorstellen ontwikkeld dat in september 2008 aan het kabinet is aangeboden.
De Taskforce heeft zich tot eind 2010 ingezet voor de implementatie van deze voorstellen en fungeerde hierbij als aanjager. Men streefde naar een reductie van autokilometers in de spits van tenminste 5 procent.
Het Kenniscentrum Werk & Vervoer wil aan deze doelstelling een bijdrage leveren en streeft de volgende doelstellingen na:
I) Het bevorderen van bewustzijn van werknemers ten aanzien van de keuzes die zij kunnen maken met betrekking tot mobiliteit.
II) Het mogelijk en/ of aantrekkelijk maken van wenselijke keuzes door werknemers ten aanzien van mobiliteit. Door middel van het bevorderen van slimme arbeidsvoorwaardelijke arrangementen en ontwikkelen van flankerend beleid op het gebied van mobiliteit van werknemers.
Het Kenniscentrum richt zich in het bijzonder op werknemers. In de tweede plaats richt men zich op partijen in de arbeidsverhoudingen (in het bijzonder werknemersvertegenwoordigers, cao-partijen, of andere relevante partijen waaronder medezeggenschapsorganen, HRM-functionarissen, etc.). Zij besluiten immers of het mobiliteitsvraagstuk wel of niet op de beleidsagenda of de cao-agenda wordt geplaatst.
De partijen betrokken bij het Kenniscentrum hebben de overtuiging dat een substantiële bijdrage aan filebestrijding geleverd wordt wanneer bij de basis begonnen wordt: het beïnvloeden van het gedrag van de individuele werknemer. Hiervoor dienen werknemers bewust gemaakt te worden van de keuzes die men heeft en dient gezorgd te worden voor de juiste (arbeidsvoorwaardelijke) randvoorwaarden. Bewustwording alleen is immers niet voldoende, aanpassing van mobiliteitsgedrag kan pas plaatsvinden wanneer aan de juiste randvoorwaarden wordt voldaan. Hierbij wordt in dit project in het bijzonder aandacht gevraagd voor arbeidsvoorwaarden en flankerend organisatiebeleid.
Sociale partners hebben zich eerder aan deze doelstellingen gecommitteerd door mobiliteitsmanagement op te nemen in hun afzonderlijke arbeidsvoorwaardennota’s. Er is met andere woorden sprake van een gezamenlijke ambitie ten aanzien van mobiliteit en arbeidsvoorwaarden.
Resultaten
De betrokken partijen hebben de ambitie om resultaten te boeken die aantoonbaar bijdragen aan het oplossen van mobiliteitsknelpunten. De resultaten die worden nagestreefd worden hierna beschreven aan de hand van de twee voorgaande doelstellingen:
Doelstelling I
Om doelstelling I te behalen zullen cao-onderhandelaars namens werknemersorganisaties het onderwerp zoveel mogelijk opnemen in voorstellenbrieven en agenderen voor het cao-overleg. Vanuit het kenniscentrum zullen (in opdracht van cao-partijen) vervolgens informatiecampagnes georganiseerd worden, gericht aan werknemers in een organisatie of bedrijfstak over mobiliteit. Het Kenniscentrum biedt voor dit doel aan cao-partijen een dienstenpakket. Op deze manier worden reguliere inspanningen van vakorganisaties op het onderwerp mobiliteit versterkt door extra ondersteuning vanuit het kenniscentrum.
Doelstelling II
Het kenniscentrum biedt kennis en expertise aan op het gebied van mobiliteitsmanagement aan cao-partijen. Hierbij dient nadrukkelijk gesteld te worden dat deze partijen opdrachtgever zijn en het kenniscentrum als extern adviseur optreedt. Waar dit in verband met draagvlak wenselijk geacht wordt, kan hierbij samengewerkt worden met andere adviesorganisaties (al dan niet verbonden aan werkgevers- of werknemersorganisaties), bijvoorbeeld in een tijdelijke werkgroep. Ook hier geldt weer dat reguliere inspanningen vanuit vakorganisaties op het gebied van mobiliteit door het kenniscentrum worden versterkt. Waar onderhandelaars erin slagen afspraken te realiseren op het gebied van mobiliteit, zal vanuit het kenniscentrum ondersteuning plaatsvinden bij het uitwerken van de afspraken en begeleiding bij implementatie van de afspraken.
Partijen betrokken bij het kenniscentrum streven over het totaal van de looptijd naar daadwerkelijke betrokkenheid bij 100 (cao-)trajecten. Het gaat daarbij om:
- Bedrijfstak-cao’s
- Ondernemings-cao’s
- Trajecten buiten-cao’s om
Onder trajecten verstaan de vakcentrales informatiecampagnes, voorlichtingsbijeenkomsten op de werkvloer, quick scans, het (mede) formuleren van mobiliteitsbeleid, het mede opstellen van cao-teksten en begeleiding bij implementatietrajecten.
Het gaat hier om daadwerkelijke betrokkenheid bij (cao-)trajecten.
De hier bovengenoemde doelstellingen zijn geformuleerd door de drie vakcentrales, wat een indicatie is van het draagvlak onder werknemersorganisaties ten aanzien van mobiliteit en arbeidsvoorwaarden. Tevens hebben de vakcentrales het thema mobiliteit opgenomen in hun arbeidsvoorwaardenbeleid. Dit houdt in dat cao-onderhandelaars opgeroepen worden om waar mogelijk met het thema aan de slag gaan.




